Spring naar inhoud

De afgelopen maanden heb ik diverse trainingen gegeven voor trainers die hun trainersvaardigheden wilden verbeteren en trainers die wilden leren hoe zij een training op locatie konden omzetten naar een online training. Die trainingen geniet ik van, omdat er zoveel lagen in zitten. Met 6-8 trainers, ieder met eigen ervaring, kennis en doelgroep, waarbij ik als trainer steeds toelicht waarom ik de training op een bepaalde manier uitvoer. Leerlingen die zelf ook meester zijn, zijn daarbij uitdagend en leerzaam. Rollen die doorelkaar lopen, waarbij ik ook van mijn deelnemers leer en zij van elkaar ("Hey, je kunt dat ook zo doen hoor!").

2 Weken geleden was ik zelf leerling. Ik had al lang op mijn wensenlijst om te leren zeilen. Ooit, in mijn tienerjaren, en dat is toch zeker 5 jaar geleden, heb ik zeilles gehad, maar die kennis was langzaam weggezakt. Afgelopen jaren een enkele keer gezeild, en dat was het. Dus bij mijn aanmelding gemeld dat ik ooit gezeild had, en dat ik graag from scratch wilde beginnen.

Bij binnenkomst op dag 1 waren 7 beginners en 2 vergevorderden. Coronaregels: max 3 per boot. 3 vrienden per se bij elkaar, een stel en een kennis van hen ook bij elkaar. Dus ik als sololeerling kwam in de gevorderdenboot. De beste instructeur was op mijn boot gezet, want hij kon goed gevorderden lesgeven. Hij had zich er helemaal op ingesteld. Zijn verwachtingen richting mij maakt hij al snel duidelijk: "Oh, ooit gezeild, dat komt wel snel weer terug". Binnen een paar uur was zijn hoop snel vervlogen.

De instructeur ging met mijn mededeelnemers vliegensvlug van start. Weinig uitleg, lekker aan de slag, en zo snel mogelijk proberen zelfstandig te zeilen. Zij gingen met sprongen vooruit. Binnen een dag of wat konden ze deinzen, een man-over-boordmanoeuvre uitstekend uitvoeren en een boot aanleggen aan hogerwal "met een eitje ertussen".

En dan ik. Gelukkig wist ik het verschil tussen bakboord en stuurboord, en leer ik ook van kijken. Maar ja... overstag gaan op een subtiele manier... daar had ik wat tijd voor nodig. En dan stonden er 2 vergevorderde leerlingen te popelen om snel het roer over te nemen en nog wat gijpjes uit te voeren of een efficiëntere koers te kiezen. En ook mijn zeilstanden lieten te wensen over, laat staan mijn inzichten in voorrang op het water. Op dag 1 had ik de eerste aanvaring te pakken en in de volgende dagen was er weinig ruimte om goed te oefenen met basisvaardigheden. Aan het eind van deze cursus had ik het idee dat ik dat zeilen nooit zou leren.

Het weekend erop had ik weer een paar dagen zeilles. 2 andere beginners waren bij mij in de boot ingedeeld. De instructeur had wat minder ervaring dan de vorige instructeur, en nam zelf de tijd om het goed te doen, want "ik moet zelf ook nog even kijken, ik heb net mijn lesbevoegdheid". In alle rust werd de boot opgetuigd, kregen we uitleg, keek de instructeur mee, en liet ze zien hoe een goede overstag eruit ziet, demonstreerde ze aanleggen aan hogerwal, een goede gijp en goed zeemanschap. 3 dagen lang zijn we eindeloos achterelkaar overstag gegaan, gijpjes tot we er gaar van werden en zeilen killend-bij om aan te leggen. Alle tijd om uit te leggen, veel plezier, en met en van elkaar leren. Aan het eind van die dagen bespreken we de vorderingen. Ik krijg mee wat ik nog te leren heb, wat ik kan doorgeven aan mijn volgende instructeur, en wat ik al goed doe en minder aandacht aan hoef te besteden. Ik ga blij en gemotiveerd naar huis. Dat zeilen, dat gaat best goedkomen.

Twee trainers, 2 groepen deelnemers. Als trainer heb ik naar beide instructeurs en groepen gekeken. Me bewust geworden van mijn rol als trainer, als ik andere trainers train. De tijd geven om te proberen, daadwerkelijk te oefenen. Walk your talk, voordoen, vertellen wat je doet en waarom. Aan blijven sluiten bij het niveau van de leerling, niet te ver vooruit. Ook nagedacht over mijn rol als leerling. Wat ik nodig had. Wat me hielp en wat niet.

Ik leer dat zeilen wel. Binnenkort nog een paar dagen het water op, met een instructeur die weet dat ik beginner ben en zijn begeleiding daarop afstemt, heeft hij toegezegd. Leerling zijn is een vaardigheid. En daar als trainer mee om kunnen gaan, zodat de leerling kan leren, durft te leren, en kan proberen op zijn of haar niveau, dat is de kunst.
Dat ik nog maar veel leerling mag zijn!

Het is Tweede Paasdag. Verstilling. Vertraging. Mijn stappen van een jaar komen voorbij. Het was een fijn jaar. Niet fijn zoals positiviteitsgoeroes alles "een kans" maken. Niet de verplichtende blijheid van alles positief moeten zien.
Het was een andere fijn. Het was een jaar van verdieping en verrijking. Van in de chaos het leven ervaren en omarmen, met alles wat er is.

Naast de hectiek rondom de logistiek van mijn werk, waarin veel snel en intens was, was er tijd. Het bewust tijd nemen voor het woorden geven aan verlangen en het dealen met het schuren van een liefde met een lang en rafelig einde. Oude pijn die opkwam en aandacht vroeg, en waar ik tijd voor had en kon nemen.

Het is een tijd die verleidelijk is om alleen maar te focussen op werken. Opdrachten. Uitvoeren en resultaten boeken. Overleven op het scherpst van de snede. Focus op wat moet.

Nu de avonden soms stil liggen, en het sociale leven zoveel gereguleerder is geworden, gun ik je tijd. Tijd om te luisteren naar wie je bent, wat je nodigt hebt, en wat jouw leven gelukkiger gemaakt. Ook nu, nu de wereld onrustig is, Ontwikkelen van vertrouwen. In het leven zelf.

Het is heerlijk weer buiten. De zon schijnt, weinig wind, heerlijke temperatuur.

Ik zit met de gordijnen dicht, belichting aan, achter mijn computer samen met mijn deelnemers in een online training over Didactische Vaardigheden Online. In een ochtend gaan we in op de belangrijkste zaken bij online trainingen. Hetzelfde als op locatie, en toch heel anders. Tijdens een pauze kom ik in gesprek met enkele deelnemers. Over online trainen met deelnemers die niet goed weten hoe in te loggen. Deelnemers die liggend op bed trainingen volgen. Kleine kinderen op schoot. Echtgenoot thuis, ook in calls, de een boven, de ander beneden.
Gewoon doorwerken, terwijl de buren hun huis verbouwen (thank you for drilling during my meeting), hun eigen keuken verbouwd wordt, en katten vragen om aandacht en het leven thuis in pakketjes wordt afgeleverd.

Na de training sluit ik mijn laptop af en ga naar buiten. Ik denk aan de deelnemers, en aan alle mensen daarachter. Ik kijk terug, na ruim een jaar online werken. En dan zie ik de moed en het proberen door te gaan in omstandigheden die allerminst ideaal zijn. Omgaan met wat er is, terwijl het leven van liefde en hoop, vertrouwen en verlies gewoon doorgaat.

Ik drink op mij en op jou. Proost.

Ik drink op de mensen

Ik drink op de mensen
Die bergen verzetten
Die door blijven gaan met hun kop in de wind
Ik drink op de mensen
Die risico's nemen
Die blijven geloven
Met het geloof van een kind

Ik drink op de mensen
Die dingen beginnen
Waar niemand van weet wat de afloop zal zijn
Ik drink op de mensen
Van wagen en winnen
Die niet willen weten van water in wijn

Ik drink op de mensen
Die blijven vertrouwen
Die van tevoren niet vragen
'Voor hoeveel' en 'waarom'
Ik drink op de mensen
Die door blijven douwen
Van doe het maar wel
En kijk maar niet om

Ik drink op het beste
Van vandaag en van morgen
Ik drink op het mooiste waar ik van hou
Ik drink op het maximum
Wat er nog in zit
In vandaag en in morgen
In mij en in jou

Muziek: Klaas van Dijk
Tekst: Paul van Vliet

In een training over online didactische vaardigheden vertellen deelnemers hoe ze sinds een paar maanden online aan de slag gaan. Sommigen accepteren gelaten, want “het is niet anders, dit is het”. Anderen zitten nog met wat weerstand te kijken naar dat scherm. Heel veel zin hebben ze er niet in, en de meesten zien online werken als een noodzakelijk kwaad. Belangrijkste argument: het hele non-verbale ontbreekt, en de afstand is zo groot. Als trainer zie je echt niks. Dus wat kun je online nu bereiken?


We gaan aan de slag. Ik laat de deelnemers met elkaar overleggen hoe zij de training starten. Er ontstaat een geanimeerd gesprek over wat hun deelnemers allemaal doen aan het begin van de training, en hoe ze daarmee omgaan. We hebben het over deelnemers die geen zin hebben in online een training volgen en nukkig achter hun scherm zitten.


En langzamerhand komt het gesprek op wat je allemaal ziet in een online training. Waar deelnemers eerder in een zaaltje bij elkaar kwamen, zien trainers nu hun woonkamer. Het wasgoed op zolder. De kinderen. De kat komt in beeld en de korte ‘discussie’ met de puberdochter. Het besef komt bij mijn deelnemers dat online waarnemen ook andere informatie geeft. Een ander licht, waarbij hun deelnemers meer in context zijn. Meer informatie over achtergrond, leefomstandigheden, en soms interactie met anderen buiten de training.

Ineens blijkt er online iets te kunnen wat op locatie niet kan. Het werkt voor de deelnemers verruimend om te zien hoe alle informatie bijdraagt aan waarneming. Hoe ze daarmee mensen ook online kunnen ‘zien’, écht kunnen kijken, en hun training kunnen afstemmen op wat ze waarnemen.

Direct na de training ga ik een rondje hardlopen, van scherm naar buiten. Ik voel de regen op mijn gezicht, de kou langs mijn armen, de wind door mijn haar gaan. Alles zindert. Mijn hele lijf is nog afgestemd op waarnemen. Dan realiseer ik me hoezeer ik op waarnemen gericht ben tijdens online trainen. Het wordt een heerlijk rondje.

Op Facebook gaat het gesprek over complimenten geven. En dat die soms zo venijnig, of onderhuids onaardig kunnen zijn. "Wat leuk dat jurkje, maar ik zou het zelf nooit aantrekken". De discussie gaat alle kanten op, waarbij veel mensen vinden dat ze het recht hebben om hun mening te geven, ook al is dat niet misschien wat iemand wil horen. "Ze vragen toch om mijn mening?" En ik lees het. En soms reageer ik. Omdat ik denk dat een compliment en authentieke opbouwende communicatie zo belangrijk zijn. En soms houd ik wijselijk mijn mond. Facebook is in het algemeen niet het platform voor evenwichtige dialogen.

In bijna al mijn trainingen komt het naar voren. Eerlijkheid in kritiek én complimenten, oprecht en gericht gegeven, creëert een openheid waardoor iedereen kan leren en zich kan ontwikkelen. Dat dat niet altijd makkelijk is, is absoluut waar. Voor veel mensen is het geven van kritiek makkelijker. Bij het geven van feedback vliegen dan de tips en adviezen om je oren.

Als je ze hoort, vraag je je af of degene die ze feedback geven nog wel íets goed gedaan heeft. Zonder dat het de bedoeling is, is het alleen azijn die geschonken wordt. Vragend naar wat iemand wél goed doet vergt dan flink nadenken. Daarom heb ik de regel ingesteld dat bij feedback álles wat positief is, genoemd mag worden, en één tip. Eén hele. Niet meer. Dat zorgt ervoor dat deelnemers nadenken over waar ze kritiek op hebben. Wat nu echt het punt is waar iemand op kan verbeteren. Het werkt. Vaak wordt met dat ene kritiekpunt de hele communicatie 80% beter. Ook op al die andere kleine punten die deze keer niet genoemd zijn.

Er is ook een ander type mensen. In de trainingen voor trainers kom ik ze veel tegen. Mensen die communicatie tot kunst verheven hebben. Zo mooi communiceren, dat ik er soms niet meer achterkom wat ze nu echt vinden. Als ze gevraagd wordt wat ze vinden (bij feedback, of in een lastig gesprek met een andere partij), is de formulering van hun mening alleen maar positief. De ander is een "mooi" mens, zijn of haar bijdragen "zijn waardevol" en het is "bijzonder" te merken hoe zijn of haar communicatie "een ander effect heeft dan mogelijk bedoeld wordt", onder het mom van vriendelijk zijn.

Hoe zorgvuldig en vriendelijk ook bedoeld, het effect ervan is dat de communicatie het doel mist. De ander raakt verstrikt in mooie woorden, en het is niet duidelijk óf er kritiek is of welke positie de ander inneemt. De onduidelijkheid creëert een wollige suikerspin van vriendelijke woorden waarin het herkennen van de positie of de kritiek bemoeilijkt wordt door de zoete plakkerigheid. Het laat een ander in de illusie leven dat alles okay is, of, nog erger, laat de ander in onduidelijkheid en verwarring over wat er nu eigenlijk gezegd is.

Als een ander zich kwetsbaar opstelt door om feedback te vragen of een lastig gesprek met je aan te gaan, leer ik deelnemers om het gesprek en de ander serieus te nemen. Natuurlijk is het belangrijk je woorden te kiezen. Met zorgvuldige woordkeuzes, vanuit de spreker zelf geformuleerd, kun je kritiek of een standpunt geven zonder te verzanden in azijn of suikerspinnen. Eerlijk en constructief aangeven waar je staat en hoe jij naar de situatie kijkt, geeft het respect van echte aandacht aan de ander en aan de situatie.

Juist als het gaat over feedback en in lastige gesprekken geeft dat de basis om te praten waar het echt over gaat. Met respect, en een eerlijke erkenning van waar jij staat, en oprecht nieuwsgierig naar de ander.
En dat jurkje? Dat staat gewoon fantastisch. Punt 😉

Voor mijn eigen ontwikkeling en "persoonlijk onderhoud" volg ik zelf ook opleidingen. Niet alleen de inhoud van de opleiding of training is dan voor mij belangrijk, ook hoe de training gegeven wordt. Iedere trainer en ieder onderwerp heeft een eigen stijl, waar ik graag van leer!

Zoals bijna iedere training nu, was deze training online. Een training met veel oefeningen in kleine groepjes, theorie tussendoor. De trainer moest nog wennen aan online werken, en dat had zijn effect.
Het was de middag op de eerste dag van deze tweedaagse. Half 3, en de eerste tekenen van Zoomfatigue begonnen zich af te tekenen. De trainer legde een theorie en een bijbehorende oefening uit. Intussen begonnen langzaam mensen af te haken. Via de chat liet de één na de ander weten dat ze de online training niet meer konden volhouden en uit gingen loggen. Omdat de trainer enthousiast aan het vertellen was, ontging haar de communicatie in de chat.

Van de 10 deelnemers was er uiteindelijk aan het eind van de uitleg nog maar de helft over om te oefenen. Het was voor mij bijzonder om te merken welk effect het op mij had als deelnemer, op andere deelnemers en op de trainer. Ineens werd het onzeker of er nog meer deelnemers "zomaar" zouden weggaan. Of er überhaupt nog wel een afsluiting zou zijn? De onrust bij de gebleven deelnemers en bij de trainster was merkbaar. In de oefening in kleine groepjes werd gediscussieerd hoe het zou gaan.

Ik werd me er hierdoor van bewust hoe belangrijk het is om goed af te sluiten, ook voor de deelnemers. Een open einde zorgt voor onrust en onzekerheid, en moeite met verder gaan. En zelfs als er met de kleine groep wel afscheid wordt genomen, voelen er losse eindjes. De "anderen" missen, het is niet "af".

Op zoveel momenten is het belangrijk om goed en gezamenlijk af te sluiten, en met name aan het eind van een training en een trainingsdag. In mijn trainingen aan online trainers komt het afscheid als een expliciet moment naar voren. Bij het afscheid zetten mensen de stap naar de buitenwereld, en ronden ze hun leerproces in de training af. Daar wordt de stap gemaakt om het geleerde in de praktijk te brengen. Voor mij als trainer is dat het moment dat ik mijn deelnemers de basis heb gegeven om het zelf te proberen in hun eigen omgeving. En juist online is dat, door de afstand, een belangrijk moment.

De volgende ochtend van mijn opleiding, als iedereen er weer bij is, wordt het besproken. Die dag sluiten we gezamenlijk af om half 3. Wie nog wil oefenen, kan oefenen. Dat voelt stukken beter. Afgerond 😉

Toelichting afbeelding: Gestalt

Je hersenen willen afronden. Daarom zien veel mensen in dit beeld niet (alleen) 3 bollen met een hap eruit, maar ook een driehoek. Een "gestalt" is een situatie of afbeelding die niet af is, waardoor onrust ervaren wordt. Door je eigen hersenen wordt het beeld "af" gemaakt. Dat zorgt voor invulling en aannames.

De laatste dagen van 2020. Nadenken over de eerste opdrachten in 2021, en intussen reflecteren op een bijzonder jaar dat bijna achter ons ligt. Een jaar dat voor mij (en voor iedereen) op zoveel fronten uitdagend, bijzonder, intens en bij vlagen frustrerend was.

In 9 maanden kwamen er veel verschillen naar boven. Trainers die me vertelden moeite te hebben met online trainen, omdat dat tegen hun overtuigingen inging hoe goed onderwijs eruit moet zien. Anderen wildenthousiast, omdat eindelijk het reizen niet meer hoefde. Deelnemers die in het begin verontwaardigd waren dat trainen op locatie niet mogelijk was, omdat dat niet voldeed aan hoe een training “eruit hoort te zien”. De vrijheid kwijt om te kunnen kiezen voor een knuffel, anderen die blij waren even niet meer steeds mensen om zich heen te hebben, en zich koesterden in de stilte op hun zolderkamer.

De onzekerheid na een training op locatie, nadat een deelnemer achteraf had laten weten dat er thuis iemand positief getest was. En ook de discussies binnen de training: iemand die volledig tegen de maatregelen is versus een andere deelnemer die hartpatiënt is, en met mondkapje en handschoenen de zaal betreedt. De inkijkjes bij deelnemers thuis, inclusief een moeder die tijdens de training haar baby borstvoeding geeft en een vader met een kleintje op schoot, terwijl er een vierjarige naast hem een tekening maakt. Iedereen zocht zijn weg in een snel veranderende werkelijkheid.

Dit jaar praat ik veel met deelnemers over waarden en normen, met name in trainingen over emotionele intelligentie. Deelnemers die na een aantal maanden lock-down zich sterk in hun veiligheid en zekerheid aangetast voelden. Anderen die floreerden, omdat ze eindelijk de vrijheid en rust voelden om zelf thuis aan de slag te gaan. Anderen gebruikten hun creativiteit in omgaan met uitdagingen en beperkingen en anderen die merkten dat ze zich steeds meer verbonden voelden met hun eigen gezin. Alle kanten van een leven in Coronatijd kwamen naar boven. Door met deelnemers tijd te nemen om te weten waar ze staan, wat hun waarden zijn, vonden ze het makkelijker te begrijpen hoe ze omgaan met de onzekerheid en uitdagingen die ze ervaren.

En ik merkte het zelf ook. Dit jaar was op veel fronten uitdagend, qua werk en in mijn privé-leven, en ik heb bewust gekozen om tijd te nemen voor mijzelf en onder andere mijn eigen waarden te onderzoeken. Wat heeft ervoor gezorgd dat ik het online trainen als uitdaging zag? Wat zorgde ervoor dat ik juist die aanraking in het contact zo miste? En hoe houd ik mijzelf staande in een wereld waar ik steeds moet improviseren en aanpassen? Door naar mijn eigen waarden te kijken, werd me een hoop duidelijk. Waar ooit vrijheid en onafhankelijkheid om de eerste plaats vochten, heb ik nu gemerkt dat voor mij dankbaarheid, creativiteit, verbondenheid en leergierigheid het pleit hebben gewonnen. Die waarden hebben me geholpen in deze tijd, waardoor ik nieuwe kansen en mogelijkheden heb ontdekt in online trainen en faciliteren.

Ook van deelnemers hoor ik dat als ze ontdekken wat hun eigen waarden zijn, ze zich snel een stuk zekerder voelen. Snappen waarom ze doen wat ze doen, en meer inzicht hebben in en begrip voor het anders-zijn van anderen. Door te erkennen en woorden te geven aan wat zij belangrijk vinden, geven zij zichzelf ook meer eigenwaarde.
Binnenkort geef ik weer een training Emotionele Intelligentie. Ik ben benieuwd welke waarden ik deze keer tegenkom!

Ik wens je een mooi en uitdagend 2021.

De laatste weken van het jaar. Nog een week voor de kerstweken van rust voor me liggen. Na maanden hard werken om ook online die kwaliteit te leveren die ik wil leveren, ben ik toe aan rust. Ik heb nog een paar trainingen voor me. Ademhalen, energie centreren, en er echt zijn voor de een na laatste week.Waar de eerste maanden van Coronatijd de deelnemers voornamelijk spraken over het wennen aan online werken en de stress van omgaan met een veranderende wereld, gaan de gesprekken nu meer over de verveling en de frustratie. Alles is oppervlakkig, en echt contact is lastig. En dat online trainen, het is fijn dat er een alternatief is, maar live is toch beter.

Vandaag, in een online training over emotionele intelligentie op afstand hebben we het erover. Deelnemers die nu gesprekken hebben met klanten via beeldbellen, trainingen voor klanten die worden omgezet naar individuele coaching per telefoon. Het is anders, vertellen ze. Aan de ene kant verder weg, letterlijk, aan de andere kant vertellen hun klanten vanuit hun eigen vertrouwde omgeving veel meer.

We hebben het over luisteren. Echt luisteren. Durven om je eigen verhaal opzij te zetten, en elkaar écht te horen. Wat vertelt iemand die huilt, of boos is? Kun je dat verhaal echt horen?

Sommige deelnemers schrikken van de intensiteit van een huilende cliënt in beeld. Voor anderen is het dagelijkse kost, en gaan er pragmatisch mee om. Gewoon later terugbellen.
Ik laat ze tijdens een wandeling met elkaar onderzoeken welke waarden voor henzelf van belang zijn. Met elkaar onderzoeken in kleine groepjes hoe andere deelnemers naar de wereld kijken. De deelnemers oefenen met elkaar. Herkennen van onhandigheden in luisteren, of dat nu live of online is. Ervaren van niet gehoord worden, niet kunnen zeggen wat gezegd moet worden.

Dan ontstaat er iets magisch. De groep neemt het over. Laten elkaar leren. De volgende stap maken. In een online training ontstaat de laag van de onderstroom, waarin de deelnemers elkaar dragen. De energie stroomt, en het programma rolt haar eigen weg.

En ook voor mij stroomt het. Ik hoef deze groep alleen maar te volgen in hun leerproces, aan te bieden wat nodig is. Ze dragen elkaar.
Aan het eind van de training heeft iedere deelnemer stappen gemaakt, op ieders eigen niveau. Er wordt echt naar elkaar geluisterd, Ieders kwaliteiten worden gezien en erkend. Aan het eind van de training is het bijna lastig om af te sluiten. We nemen er de tijd voor. Ook de groep heeft het gevoeld. Dit was bijzonder.
Als ik mijn laptop dichtklap, zit ik vol energie, zo moe als ik ben. Soms is trainen magisch.
Het wordt een mooie laatste week.

7 weken. 7 weken van omschakelen, van live trainen naar online trainen. De eerste weken was het focus. Focus op techniek. Focus op didactiek. Hoe ga ik dat aanpakken? Hoe richt ik mijn online trainingsruimte in? Wie doet mee, met wie kan ik samenwerken? Want als het spannend wordt, dan kan ik het: positief denken, hard werken en samen met anderen van alles mogelijk maken. Ik woon alleen, dus ik word niet gehinderd als ik, als het moet, een nachtje doorbuffel.

Het werkte. Ik kreeg mensen mee. Op afstand kon ik mijn enthousiasme overbrengen aan opdrachtgevers, trainersbureaus, deelnemers. 5 weken lang buffelde ik om te zorgen dat ik kon blijven trainen. Want drie jaar geleden koos ik heel bewust voor dit vak. En het zou mij niet gebeuren dat ik die stap zou moeten afbreken door "the nasty little bugger".

Ik weet inmiddels van alles over MS Teams, camera-acteren, de privacy-issues van Zoom, "je staat nog op mute" en de steep learning curve. Ik train nu wetenschappers online over leidinggeven op afstand, werk met bankmedewerkers aan hun communicatievaardigheden en leer deelnemers assertief en mondig te communiceren via het scherm. En het is mooi om te zien hoe energie, emotie en enthousiasme ook via het scherm overkomt. Het was hard werken, en het lukte.

Als ik iets geleerd had deze weken, dacht ik, dan was dit het wel.

Boy, was I wrong.

Afgelopen week had ik een afspraak met een collega-trainer. Voor de eerste keer sinds weken een zakelijke live afspraak, omdat we opstellingen in de ruimte wilden maken. Ik kwam bij het gebouw waar haar werkruimte is, en buiten stond ze me al op te wachten. In andere tijden had ik haar direct omarmd om haar gedag te zeggen. Terwijl we naar elkaar toe liepen, merkten we beiden de aarzeling: wat doen we? Zwaaien? Op 1,5 meter een luchtkus? Dan toch maar die awkward elleboogbump?

Mijn collega zegt: "Mag het?" en slaat haar armen vol om me heen. Daar sta ik. En ik voel ineens mijn lijf weer. Terwijl ze me vasthoudt, lopen de tranen over mijn wangen. De eerste aanraking in 7 weken. Mijn lijf laat los, de spanning eruit, en mijn heup voel ik ook ineens een stuk minder. Zo stonden we. Drie minuten waarin mijn lijf volledig tegen haar aanleunde om alle aanraking maar te voelen. Ineens was ik me weer bewust van mijn lijf. Ik was weer raakbaar.

De volgende dag had ik een online meeting waarbij we als online trainers elkaar feedback gaven op de manier waarop je op het scherm overkomt. En ik probeerde deze keer eens niet hard te werken. Met al mijn liefde en mijn enthousiasme probeerde ik mijn collega-trainers aan te raken met echte aandacht, oprecht bij hen te zijn. En waar ik eerder na een uur trainen echt een pauze nodig had van het harde werken, merkten mijn collega-trainers op dat ik raakbaar, laagdrempelig en benaderbaar was. Ik hoefde niet meer hard te werken. Ik was er.

Ik heb de afgelopen weken veel geleerd over online trainen, heel veel. Structuur, draaiboeken aanpassen, juiste techniek, goede achtergrond, deelnemers energiek houden en de hele training voorbereiden, zodat ik vooraf weet hoe de dag eruit gaat zien.

Maar wat ik nog veel meer geleerd heb: online trainen gaat over contact. Aanraking, aandacht, elkaar zien, ook als het fysiek niet kan. Piet Weisfelt schreef er een fantastische blog over. Over aanraken als aanraken niet kan.

Ik wens je veel fysieke en niet-fysieke aanrakingen.

Deelnemers aan een Basistraining Leidinggeven zijn al 4 dagen met elkaar bezig zichzelf te ontdekken als leidinggevende. Hoe doe ik dat? Hoe doe jij dat? Kan ik dat slimmer doen? Ik heb veel spelvormen ingezet om te ontdekken hoe het voelt als je je medewerkers in het ongewisse laat. Of als de doelstelling vaag is en iedereen maar bedenkt hoe het zou kúnnen zijn.

En in die 4 dagen ontstaat er een band. Deelnemers die allergiën beginnen te herkennen en die met elkaar bespreken. Beginnen te ontdekken dat leiderschap wel heel erg te maken heeft met wie je bent, en niet zozeer met de functie die je hebt. De deelnemers praten over waar ze langzamerhand vertrouwen in krijgen, en waar ze nog veel te leren hebben. Van voorzichtige bijdragen in de eerste dagen naar wat fanatieker en gedecideerder op dag 3 en 4. Op de laatste dag leiden ze duidelijk en gestructureerd een vergadering en geven ze heel anders instructies dan dat ze dat op dag 1 deden.

Dan is het 3 uur, laatste dag. Tijd voor reflectie. Tijd voor zicht op de eigen ontwikkeling, zicht op waar ze stonden en waar ze nu staan. Het hele energieke van tijdens de lunch is wat weggezakt. Het weekend lonkt.

Ik besluit de zelfreflectie anders aan te pakken. Alle deelnemers krijgen een zakje Lego®. Het enthousiasme stijgt snel, en vervolgens zijn ze allemaal doodstil en fanatiek aan het bouwen. Na wat oefeningen bouwen ze een model van waar ze stonden op dag 1. Metaforen met weinig idee, roeien met de riemen die je hebt en weinig ruggensteun en bagage.

De laatste opdracht gaat over waar ze nu staan, en wat ze nu te leren hebben. Ik zie tongen verwoed uit monden steken, verwoede pogingen dat éne blokje toch nog daar te krijgen en "waarom is er geen rood blokje van 8". Als iedere deelnemer een model heeft, vertellen ze erover in de groep. Wat ze nog willen. Waar ze nu zelfvertrouwen van hebben. Waar ze blij van zijn. De een nog enthousiaster dan de ander. De energie verandert van mat naar uitgelaten.

Ten slotte vraag ik ze wat ze van elkaar geleerd hebben en wat ze aan elkaar mee willen geven, voor elkaar op te schrijven op flappen. Zo laag als de energie was om 3 uur, zo fanatiek zijn ze nu. Langer doorgaan is geen probleem. Want door heel bewust met hun eigen leertraject bezig te zijn geweest, en naar elkaars uitleg van hun metaforen geluisterd te hebben, begint er van alles te borrelen.

Gedreven schrijven ze op elkaars flappen, delen complimenten uit, geven gerichte feedback en staan voor elkaars flappen driftig te praten over wat ze nu precies bedoelen, en wat ze nu precies zo goed vinden. Half 5 zou de training afgelopen zijn, en om 10 over half 5 gaan ze toch nog even door. Nog even vertellen dat de training zo gaaf was, en dat ze zo blij zijn met wat ze geleerd hebben, en zich ook realiseren dat ze aan het begin van een leerpad staan.

Dan weet ik weer waarom ik train. Mensen laten kijken naar hun eigen kwaliteiten. Laten zien wat ze nog meer kunnen. Elkaar laten groeien. Ik kon goed het weekend in.